Hindernissenparcours

Het verhaal van toegankelijkheid is een lange weg, vol hindernissen en onverwachte wendingen. Maar het is vooral een verhaal dat nooit af is. Het is een verhaal van vrijwillige inzet en volgehouden inspanningen. Wat onze vrijwilligers te voorbije jaren gepresteerd hebben, is een klein wonder. We hebben een volledige stad in kaart gebracht, en langzamerhand lijken steden in de buurt ook het belang van toegankelijkheid in te zien. Het resultaat is dat er in verschillende steden en gemeenten vrijwilligers op pad zijn gegaan om met eigen ogen vast te stellen hoe het met de toegankelijkheid gesteld is. En stilaan groeit het besef hoe belangrijk dat eigenlijk is. Het effent het pad voor veel mensen en het opent - soms letterlijk - deuren die totnogtoe altijd gesloten bleven.

Toegankelijkheid is ook een verhaal met verschillende hoofdrolspelers, en dat maakt het niet altijd gemakkelijk. Tussen de positieve reacties zitten af en toe ook gefrustreerde opmerkingen en kritische bedenkingen. Het zou allemaal niet zo toegankelijk zijn als we graag zouden willen. Deuren zijn amper breed genoeg, het hellend vlak is niet stabiel, er is geen aangepast toilet in deze of gene zaak. Wie een pint gaat drinken en halverwege een gezellige avond terug naar huis moet voor een dringende boodschap, ziet inderdaad een groot deel van het plezier wegsmelten door het gebrek aan praktische voorzieningen.

Daartegenover staat het feit dat vele horeca-uitbaters en winkeliers nauwelijks op de hoogte zijn van wat de wettelijke normen zijn, of dat ze simpelweg geen klanten met een beperking zien opdagen en dus ook niet of te weinig op de hoogte zijn van de problematiek. Vaak komt het op beleidsvlak ook tot botsingen met andere belangen of prioriteiten. Toegankelijkheid is niet altijd snel realiseerbaar door beperkte praktische mogelijkheden of budgetaire grenzen.

Een slecht voetpad dat voor rolstoelers nauwelijks bruikbaar is, of het wegwerken van een drempel in een horecazaak met een historisch belangrijke en dus wettelijk beschermde voorgevel zijn niet te vervangen zonder het nodige budget of de nodige vergunningen. Het is niet altijd onwil van uitbaters of winkeliers. En ook de bureaucratische aanpak van het beleid is niet altijd de schuldige. Soms moeten we keuzes maken en dat vraagt tijd en inzicht.

Soms zitten we zelf verveeld met de beperkte toegankelijkheid of met de onwil van een winkelier die weinig begrip opbrengt, dus we begrijpen die frustraties en kritiek maar al te goed. Maar we weigeren om te aanvaarden dat dit de norm is. En daarom gaan we steevast op pad met de positieve ingesteldheid dat we met een pragmatische aanpak veel meer gedaan krijgen.

Een verbeterde toegankelijkheid kan resulteren in extra omzet voor de middenstand. Wie een toegankelijke zaak heeft, opent letterlijk en figuurlijk zijn zaak voor een groter doelpubliek. Wist je dat tussen de 10% en 15% van onze bevolking een handicap heeft? Daar zitten heel wat mensen bij die mobiliteitsproblemen ondervinden, mensen die blind of slechtziend zijn en daardoor ook vaker last hebben van hindernissen die er eigenlijk niet horen te zijn. Heel veel jonge ouders gaan boodschappen doen met de kinderen en zeulen dus noodzakelijkerwijs vaak een buggy mee. Die mensen willen allemaal dat boodschappen of uitstapjes vlot verloten, en dat er zo weinig mogelijk onnodige obstakels overwonnen moeten worden.

Mensen worden ook al eens een dagje ouder, en dat gaat niet zelden gepaard met vermoeide benen of zelfs een verslechterde motoriek. Maar dat mag niet uitmonden in de onmogelijkheid om nog een stapje in de wereld te zetten.

Toegankelijkheid is een universeel verhaal waarbij we allemaal betrokken zijn, en waarin we allemaal een gedeelde verantwoordelijkheid dragen.

Daarom hebben we van bij de oprichting van Hidden City vzw gekozen voor een positieve aanpak. We focussen niet op het vaststellen en aanklagen van ontoegankelijkheid, maar op het tegenovergestelde: wie een inspanning doet om de toegankelijkheid van zijn of haar zaak te verbeteren, moet daarvoor beloond worden, al is het maar door erop te wijzen dat hun inspanningen een belangrijke stap in de goede richting zijn. Een toegankelijke zaak begint immers bij de open geest van de uitbater of de eigenaar. Het is onmogelijk om van de ene dag op de andere een volledige zaak perfect toegankelijk te maken, en dat beseffen wij ook heel goed. Daarom willen we in de eerste plaats de drempel overwinnen en deuren openen. Een hellend vlak in plaats van een trapje, een deur die breed genoeg is voor een rolstoel, obstakelvrije doorgangen en een klantvriendelijke bediening zijn de eerste grote doelstellingen. Een open visie opent ook deuren, en een open deur is de eerste stap naar een toegankelijker interieur, een aangepast toilet of andere voorzieningen.

Dat vraagt allemaal tijd, energie en investeringen. Wie alles ineens verwacht, krijgt vaak de deur tegen de neus. Dus als we ons doel willen bereiken, moeten we zelf ook met een positieve ingesteldheid durven kijken naar de inspanningen die vandaag al geleverd worden. Dan moeten ook durven kijken naar de goede voorbeelden. Dan moeten we zelf ook durven zeggen dat elke stap in de goede richting een betekenisvolle en gewaardeerde inspanning is. Het is belangrijk dat we niet enkel inspanningen verwachen - ook al legt de wet toegankelijkheidsnormen op - maar dat we ook zelf de handen uit de mouwen steken, onze kop laten zien, actief naar buiten komen en op een constructieve manier meebouwen aan een beter toegankelijke samenleving, dat we niet ophouden bij het formuleren van kritiek, maar dat we ook advies geven waar het noodzakelijk is en oplossingen suggereren waar het kan.

Afbreken is gemakkelijk, opbouwen is de kunst. Daarom gaan we niet aan de ene of de andere kant staan, maar willen we actief meebouwen aan de brug die beide zijden met elkaar verbindt.